Vocabulario
4334 palabras · página 150 de 174
vermeldenB1
vermeldde · hebben vermeld
indicar, mencionar
Vermeld uw klantnummer bij elke betaling.
vermijdenA2irregular
vermeed · vermeden · hebben vermeden
evitar
Probeer de spits te vermijden.
verminderenB1
verminderde · hebben/zijn verminderd
reducir
Regelmatig sporten kan stress en spanning flink verminderen.
vermistB1
desaparecido
Sinds gisteren is een jongen van tien jaar vermist.
vermoedelijkB1
presumiblemente
De oorzaak is vermoedelijk een storing.
vermoedenB1
vermoedde · hebben vermoed
sospechar, suponer
Ik vermoed dat hij de afspraak vergeten is.
het vermogenB1
patrimonio
Het vermogen is ongelijker verdeeld dan het inkomen.
vermoordenB1
vermoordde · hebben vermoord
asesinar
Volgens de krant werd de man in zijn huis vermoord.
vernemenB1irregular
vernam · vernamen · hebben vernomen
enterarse
Wij vernamen het nieuws pas een week later.
vernietigenB1
vernietigde · hebben vernietigd
destruir
De storm heeft veel huizen aan de kust vernietigd.
veronderstellenB1
veronderstelde · hebben verondersteld
suponer
We veronderstellen dat de cijfers kloppen.
de veronderstellingB1
suposición
Die veronderstelling blijkt onjuist.
veroordelenB1
veroordeelde · hebben veroordeeld
condenar
De rechter veroordeelde de dief tot drie maanden cel.
veroorzakenB1
veroorzaakte · hebben veroorzaakt
causar, provocar
Roken kan op den duur veel ziektes veroorzaken.
verouderenB1
verouderde · zijn verouderd
quedarse anticuado; envejecer
Deze computer is in vijf jaar sterk verouderd.
veroverenB1
veroverde · hebben veroverd
conquistar
In de zeventiende eeuw veroverde Nederland veel gebieden.
verpakkenB1
verpakte · hebben verpakt
empaquetar, envolver
De glazen worden apart in papier verpakt.
de verpakkingA2
envase
De verpakking is van karton.
verplaatsenA2
verplaatste · hebben verplaatst
trasladar, aplazar
Kunnen we de afspraak verplaatsen?
het verpleeghuisB1
residencia con enfermería
Zijn moeder woont sinds vorig jaar in een verpleeghuis.
de verpleegkundigeA2
enfermero
De verpleegkundige komt zo bij u.
de verpleegsterA2
enfermera
De verpleegster brengt elke ochtend mijn medicijnen.
verplegenB1
verpleegde · hebben verpleegd
cuidar (a un enfermo)
Zij verpleegt haar zieke moeder thuis.
de verplegerA2
enfermero (hombre)
De verpleger helpt de patiënt uit bed.
de verplegingB1
enfermería
De verpleging op deze afdeling is goed.

