Vocabulario
3699 palabras · página 147 de 148
de zoektochtB1
búsqueda
Na een lange zoektocht vond ze eindelijk een huis.
zoetA2
dulce
Deze appel is heel zoet.
dulce (agua no salada)
In de sloot staat zoet water, geen zeewater.
zogenaamdB1
supuesto; supuestamente
Hij was zogenaamd ziek, maar ging naar het strand.
zoietsA2
algo así
Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.
zojuistB1
hace un momento
Ik heb zojuist uw mail ontvangen.
zolangB1
mientras (que), siempre que
Je mag hier blijven zolang je wilt.
de zolderA1
desván
De oude spullen liggen op zolder.
zomaarA2
sin más, porque sí
Hij kwam zomaar binnen zonder te kloppen.
de zomerA1
verano
In de zomer gaan we naar het strand.
de zonA2
sol
De zon schijnt eindelijk.
de zondagA1
domingo
Zondag zijn veel winkels dicht.
zonderA1
sin
Koffie zonder suiker, alstublieft.
de zoneB1
zona (delimitada)
In deze zone mag je maar dertig kilometer per uur rijden.
het zonlichtB1
luz solar
De kamer krijgt veel zonlicht.
de zonne-energieB1
energía solar
Wij wekken zelf zonne-energie op.
zonnigA2
soleado
Morgen wordt het zonnig en warm weer.
de zonsondergangB1
puesta de sol
We keken naar de zonsondergang op het strand.
de zonsopgangB1
amanecer
In de zomer is de zonsopgang heel vroeg.
zoomenB1
zoomde · hebben gezoomd
hacer zoom
Je kunt op de kaart zoomen om de straat te zien.
de zoonA1
hijo
Hun zoon gaat naar school.
de zorgA2
cuidado, atención (sanitaria)
De zorg in Nederland is goed geregeld.
preocupación
Maak je geen zorgen, het komt wel goed.
zorgenA2
zorgde · hebben gezorgd
encargarse; cuidar
Ik zorg dat het op tijd klaar is.
de zorgindicatieB1
valoración de necesidad de cuidados
Voor thuiszorg heb je een zorgindicatie nodig.
de zorgmedewerkerB1
trabajador asistencial
De zorgmedewerker komt twee keer per dag.
de zorgpasB1
tarjeta sanitaria
Neem uw zorgpas mee naar de afspraak.

