Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

7085 palabras · página 145 de 284

  • de molenB1

    molino

    De molen maalde vroeger graan.

  • het momentA1

    momento

    Een moment, ik kom eraan.

  • momenteelB2

    actualmente

    Momenteel werk ik vier dagen per week.

  • de monarchieB2

    monarquía

    Nederland is een constitutionele monarchie.

  • de mondA1

    boca

    Doe je mond open, zegt de tandarts.

  • de mondhygiënistB2

    higienista dental

    De mondhygiënist reinigt het tandsteen weg.

  • de mondingB2

    desembocadura

    Bij de monding wordt de rivier breed.

  • het monsterB1

    muestra; monstruo

    De dokter stuurt een monster van uw bloed naar het lab.

  • de montageB2

    montaje

    In de montage werd een halfuur geschrapt.


    montaje (de muebles), instalación

    De montage van de nieuwe keuken duurt twee dagen.

  • het monumentA2

    monumento

    Dit pand is een beschermd monument.

  • mooiA1

    bonito

    Wat een mooie foto!

  • de moordB1

    asesinato

    De politie onderzoekt een moord in het centrum.

  • de moordenaarB1

    asesino

    De moordenaar werd na twee weken door de politie gevonden.

  • de moraalB1

    moral

    Wetgeving en moraal vallen niet altijd samen.

  • moreelB1

    moral (adj.)

    Hij voelde een morele plicht om de vrouw te helpen.

  • morgenA1

    mañana

    Morgen begin ik vroeg.

  • het mosB2

    musgo

    Op de noordkant groeit mos.

  • de moskeeB2

    mezquita

    De moskee staat midden in de wijk.

  • het mosselB2

    mejillón

    Mosselen zijn er vooral in de winter.

  • de motieB2

    moción

    De motie werd met ruime meerderheid aangenomen.

  • het motiefB1

    motivo (móvil; dibujo)

    De politie weet nog niet wat het motief was.

  • de motivatieB1

    motivación

    Schrijf in je brief iets over je motivatie.

  • de motivatiebriefB2

    carta de motivación

    Stuur een cv en een motivatiebrief mee.

  • motiverenB2

    motiveerde · hebben gemotiveerd

    motivar

    De docent weet studenten goed te motiveren.

  • de motorA2

    motor; moto

    De motor van de auto maakt een raar geluid.