Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

3699 palabras · página 143 de 148

  • de windB1

    viento

    Er staat vandaag veel wind.

  • de windkrachtB1

    fuerza del viento

    Er wordt windkracht acht verwacht.

  • de windmolenB1

    molino, aerogenerador

    Langs de kust staan veel windmolens.

  • de winkelA2

    tienda

    De winkel is op zondag gesloten.

  • het winkelcentrumA2

    centro comercial

    Het winkelcentrum is net verbouwd.

  • winkelenA2

    winkelde · hebben gewinkeld

    ir de compras

    Op zaterdag gaan we graag winkelen in de stad.

  • de winkelierA2

    comerciante

    De winkelier kent al zijn klanten.

  • de winkelketenA2

    cadena de tiendas

    Deze winkelketen heeft filialen door het hele land.

  • het winkelmandjeA2

    cesta de la compra

    Voor een paar dingen pak ik een winkelmandje.

  • het winkelpersoneelA2

    personal de la tienda

    Het winkelpersoneel helpt je graag.

  • de winkeltijdenA2

    horario comercial

    De winkeltijden staan op de deur.

  • de winkelwagenA2

    carrito

    Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.

  • de winnaarA2

    ganador

    De winnaar krijgt een prijs van honderd euro.

  • winnenA2irregular

    won · wonnen · hebben gewonnen

    ganar (un partido)

    Wie heeft gisteren de wedstrijd gewonnen?

  • de winstB1

    beneficio, ganancia

    De winkel maakte dit jaar veel winst.

  • de winterA1

    invierno

    De winter is hier nat en koud.

  • wisselenA2

    wisselde · hebben gewisseld

    cambiar (dinero)

    Kunt u dit briefje van vijftig wisselen?


    alternar, cambiar constantemente

    Het weer wisselt hier van uur tot uur.

  • witA1

    blanco

    De muren zijn wit geverfd.

  • de woensdagA1

    miércoles

    Woensdag zijn de kinderen vrij.

  • de wolkB1

    nube

    Er hangen donkere wolken.

  • de wondA1

    herida

    Maak de wond eerst schoon.

  • de wondgenezingB1

    cicatrización

    De wondgenezing verloopt goed.

  • de wondverzorgingA2

    cura de la herida

    De verpleegkundige doet de wondverzorging.

  • wonenA1

    woonde · hebben gewoond

    vivir, residir

    Wij wonen in Utrecht.

  • de woningA2

    vivienda

    Een betaalbare woning vinden is moeilijk.