Vocabulario
444 palabras · página 14 de 18
terugkomenA2separableirregular
kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen
volver
Hij komt volgende week terug.
testenA2
testte · hebben getest
probar, hacer una prueba
De dokter wil je bloed nog een keer testen.
thuisblijvenA2separableirregular
bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven
quedarse en casa
Ik blijf vandaag thuis.
tillenA2
tilde · hebben getild
levantar (peso)
Deze doos is te zwaar om alleen te tillen.
timmerenB1
timmerde · hebben getimmerd
trabajar la madera, clavar
Mijn opa timmert een vogelhuisje voor in de tuin.
toegevenB1separableirregular
gaf toe · gaven toe · hebben toegegeven
admitir
Ze gaf toe dat ze fout zat.
ceder
Uiteindelijk gaf hij toe aan de druk van zijn collega's.
toestaanA2separableirregular
stond toe · stonden toe · hebben toegestaan
permitir
Honden zijn hier niet toegestaan.
toevoegenB1separable
voegde toe · hebben toegevoegd
añadir
Voeg nog een beetje zout aan de soep toe.
tonenB1
toonde · hebben getoond
mostrar, enseñar
Kunt u bij de ingang uw kaartje tonen?
trainenB1
trainde · hebben getraind
entrenar
Wij trainen twee keer per week.
trakterenA2
trakteerde · hebben getrakteerd
invitar (a algo)
Op je verjaardag trakteer je op gebak.
trekkenB1irregular
trok · trokken · hebben/zijn getrokken
tirar de; desplazarse
Je moet de deur trekken, niet duwen.
trouwenA1
trouwde · zijn getrouwd
casarse
Zij gaan in juni trouwen.
tuinierenB1
tuinierde · hebben getuinierd
hacer jardinería
In het voorjaar ga ik graag tuinieren.
twijfelenA2
twijfelde · hebben getwijfeld
dudar
Ik twijfel nog over die opleiding.
uitbreidenB1separable
breidde uit · hebben uitgebreid
ampliar, extender
Het bedrijf wil volgend jaar het team uitbreiden.
uitgaanB1separableirregular
ging uit · gingen uit · zijn uitgegaan
salir (de fiesta)
Vroeger gingen we elk weekend uit.
partir de, dar por supuesto
We gaan ervan uit dat iedereen op tijd komt.
uitgevenA2separableirregular
gaf uit · gaven uit · hebben uitgegeven
gastar
Ik geef te veel geld uit aan eten.
publicar, editar
Die uitgeverij geeft vooral kinderboeken uit.
uitkomenA2separableirregular
kwam uit · kwamen uit · zijn uitgekomen
venir bien
Komt dinsdag jou goed uit?
resultar, salir a la luz
Later kwam uit dat de cijfers niet klopten.
uitleggenB1separable
legde uit · hebben uitgelegd
explicar
Kun je dat nog een keer uitleggen?
uitnodigenB1separable
nodigde uit · hebben uitgenodigd
invitar
Ze hebben ons uitgenodigd voor het feest.
uitrustenB1separable
rustte uit · hebben uitgerust
descansar
Na die drukke week moet ik even uitrusten.
equipar, dotar
De nieuwe auto is uitgerust met airco.
uitstappenA2separable
stapte uit · zijn uitgestapt
bajar (de un vehículo)
Bij welke halte moet ik uitstappen?
uitvoerenB1separable
voerde uit · hebben uitgevoerd
realizar, llevar a cabo
De schilder voert de opdracht volgende week uit.
uitzoekenA2separableirregular
zocht uit · zochten uit · hebben uitgezocht
averiguar
Ik zoek uit wat de regels precies zijn.

