Vocabulario
3699 palabras · página 138 de 148
de wagenA2
carro; coche
De boer laadt het hooi op de wagen.
wakkerA1
despierto
Ik word elke ochtend om zes uur wakker.
walgelijkB1
asqueroso
De vuilnisbak stonk echt walgelijk na een week.
de wandelclubB1
club de senderismo
Mijn moeder zit bij een wandelclub.
wandelenA1
wandelde · hebben/zijn gewandeld
pasear
We gaan zondag wandelen.
de wandelingB1
paseo
We maken elke zondag een wandeling.
de wandelrouteB1
ruta de senderismo
Deze wandelroute is tien kilometer lang.
de wangA1
mejilla
Haar wangen zijn rood van de kou.
wanneerA1
cuándo
Wanneer begint de les?
wantA1
pues, porque (coordinante)
Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
warmA1
caliente
De soep is nog warm.
de warmteA2
calor
Ik kan slecht tegen de warmte in de zomer.
de wasA2
colada, ropa sucia
Ik doe elke zaterdag de was.
de wasdrogerA2
secadora
In de winter gebruik ik de wasdroger.
het wasgoedA2
la colada
Het wasgoed hangt buiten te drogen.
de wasmachineA2
lavadora
De wasmachine is kapot.
de wasmandA1
cesto de la ropa
De vuile kleren liggen in de wasmand.
wassenA2irregular
waste · wasten · hebben gewassen
lavar
Ik moet nog kleren wassen.
de wastafelA2
lavabo
De kraan van de wastafel lekt.
watA1
qué
Wat doe je?
het waterA1
agua
Drink veel water op een warme dag.
de waterkwaliteitB1
calidad del agua
De waterkwaliteit van de rivier is verbeterd.
de wateroverlastB1
inundaciones
Na de storm was er wateroverlast in de kelder.
het waterpeilB1
nivel de agua
Het waterpeil in de polder wordt geregeld.
het waterschapB1
junta de aguas
Het waterschap beheert de dijken.

