Vocabulario
3699 palabras · página 135 de 148
voorlezenA2separableirregular
las voor · lazen voor · hebben voorgelezen
leer en voz alta
Wil je mij de brief van de school even voorlezen?
de voorlichtingB1
información pública
De gemeente geeft voorlichting over afvalscheiding.
voorlopigB1
provisional; de momento
Voorlopig blijf ik bij mijn ouders wonen.
voormaligB1
antiguo, ex
De voormalige school is nu een buurthuis.
de voornaamA1
nombre de pila
Vul hier je voornaam en achternaam in.
voornamelijkB1
principalmente
In deze wijk wonen voornamelijk jonge gezinnen met kinderen.
de voorraadA2
existencias
We hebben het niet meer op voorraad.
de voorraadkastA2
despensa
Het meel staat in de voorraadkast.
de voorrangB1
prioridad de paso
Fietsers hebben hier voorrang.
voorspellenB1
voorspelde · hebben voorspeld
predecir, pronosticar
De weerman voorspelt voor morgen veel regen.
het voorstelB1
propuesta
Ik heb een voorstel voor ons volgende uitje.
voorstellenB1separable
stelde voor · hebben voorgesteld
proponer, sugerir
Mag ik een andere datum voorstellen?
presentar; imaginarse (zich voorstellen)
Mag ik me even voorstellen? Ik ben Sara.
voortaanA2
de ahora en adelante
Voortaan doen we het anders.
voortdurenB1separable
duurde voort · hebben voortgeduurd
continuar, durar
De staking duurt nog de hele week voort.
de voortgangB1
progreso
Je kunt je voortgang online volgen.
voortzettenB1separable
zette voort · hebben voortgezet
continuar, proseguir
Na de pauze zetten we de vergadering voort.
vooruitA2
adelante
Met je Nederlands ga je echt vooruit, goed zo!
de vooruitgangB1
progreso, avance
Er is veel vooruitgang geboekt in de zorg.
de voorwaardeA2
condición
Lees eerst de voorwaarden.
het voorwerpB1
objeto
Laat geen waardevolle voorwerpen achter in de auto.
voorzichtigA2
prudente, con cuidado
Rij voorzichtig, de weg is glad.
voorzienB1irregular
voorzag · voorzagen · hebben voorzien
equipar; prever
Alle kamers zijn voorzien van een eigen badkamer.
de voorzieningB1
servicio, instalación
In de wijk zijn goede voorzieningen.
de voorzitterB1
presidente (de una reunión)
De voorzitter opent de vergadering om acht uur.
vorigA1
anterior, pasado
Vorig jaar woonde ik nog in Polen.

