Vocabulario
3891 palabras · página 122 de 156
het studieplanB1
plan de estudio
Maak samen met je docent een studieplan.
de studieplanningB1
planificación del estudio
Maak een realistische studieplanning.
het studiepuntB1
crédito académico
Voor dit vak krijg je vijf studiepunten.
de studieschuldB2
deuda estudiantil
Hij loste zijn studieschuld in tien jaar af.
het studiesuccesB2
éxito académico
Studiesucces hangt samen met begeleiding.
de studieverenigingB2
asociación de estudiantes
De studievereniging organiseert excursies.
de studiezaalB2
sala de estudio
De studiezaal zit vol in tentamenweek.
de studioB1
estudio
Zij huurt een kleine studio in het centrum van Utrecht.
het stukA1
trozo
Wil je een stuk taart?
roto, averiado
De lift is al een week stuk.
de stylisteB2
estilista
De styliste koos de kleding voor de shoot.
de subsidieB2
subvención
Voor zonnepanelen bestaat er subsidie.
de subsidieaanvraagB1
solicitud de subvención
De subsidieaanvraag moet voor mei binnen zijn.
de subsidieregelingB2
régimen de subvenciones
Er bestaat een subsidieregeling voor isolatie.
het succesA2
éxito; ¡suerte!
Veel succes morgen met je examen!
de suikerA2
azúcar
Ik doe geen suiker in mijn thee.
het suikergehalteB2
contenido de azúcar
Het suikergehalte staat op de verpakking.
de supermarktA2
supermercado
De supermarkt is tot tien uur open.
de supporterB2
aficionado
De supporters bleven tot het einde.
de surveillantB2
vigilante de examen
De surveillant deelt de opgaven uit.
de SVBA2
banco de seguros sociales
De SVB betaalt de kinderbijslag uit.
het symboolB1
símbolo
De tulp is een symbool van Nederland.
de symfonieB2
sinfonía
De symfonie bestaat uit vier delen.
het symptoomB1
síntoma
Koorts is een bekend symptoom.
de synagogeB2
sinagoga
De synagoge is nu ook museum.
het synoniemB2
sinónimo
Zoek een synoniem voor dit woord.

