Vocabulario
7824 palabras · página 111 de 313
hybrideB2
híbrido
Wij werken hybride: deels thuis, deels op kantoor.
hybride werkenB2
trabajo híbrido
Hybride werken vraagt om duidelijke afspraken.
de hygiëneB2
higiene
Goede hygiëne voorkomt veel infecties.
hypocrietB2
hipócrita
Ik vind die kritiek nogal hypocriet.
de hypotheekB1
hipoteca
Zij hebben een hypotheek van dertig jaar.
de hypotheekrenteB2
interés hipotecario
De hypotheekrente is fors gestegen.
de hypotheekverstrekkingB2
concesión de hipotecas
De regels voor hypotheekverstrekking zijn aangescherpt.
de hypotheseB2
hipótesis
De hypothese werd niet bevestigd.
ideaalB1
ideal
Dit huis is ideaal voor een gezin met kinderen.
het ideeA1
idea
Dat is een goed idee.
identiekB1
idéntico
De twee formulieren zijn bijna identiek.
identificerenB1
identificeerde · hebben geïdentificeerd
identificar(se)
Bij de balie moet je je kunnen identificeren.
de identiteitB1
identidad
Taal is een deel van je identiteit.
het identiteitsbewijsA2
documento de identidad
Neem een geldig identiteitsbewijs mee.
de identiteitscontroleB1
control de identidad
Bij binnenkomst is er een identiteitscontrole.
de identiteitsfraudeB2
suplantación de identidad
Bij identiteitsfraude gebruikt iemand jouw gegevens.
de ideologieB2
ideología
Elke politieke partij heeft een eigen ideologie.
idiootB1
idiota
Wat een idioot plan om zonder jas te gaan!
iedereA1
cada
Iedere maandag heb ik les.
iedereenA1
todo el mundo, todos
Iedereen is welkom.
iemandA1
alguien
Er staat iemand voor de deur.
ietsA1
algo
Wil je iets drinken?
ietwatB1
algo, un poco
De soep is ietwat zout, maar wel lekker.
het ijsA1
hielo, helado
De kinderen willen een ijsje.
het ijzerB1
hierro
Het hek is gemaakt van ijzer.

