Vocabulario
1768 palabras · página 11 de 71
de buslijnB1
línea de autobús
Buslijn 12 stopt hier vlakbij.
de buspasA2
abono de autobús
Met een buspas reis je goedkoper.
de buurmanA1
vecino
De buurman helpt ons vaak.
de buurtA1
barrio
Onze buurt is de laatste jaren veranderd.
de buurtbemiddelingB1
mediación vecinal
Bij ruzie kun je buurtbemiddeling inschakelen.
het buurtfeestB1
fiesta del barrio
Elk jaar is er een buurtfeest in de straat.
het buurthuisB1
centro comunitario
In het buurthuis worden taallessen gegeven.
het buurtinitiatiefB1
iniciativa vecinal
Het buurtinitiatief kreeg steun van de gemeente.
het buurtonderzoekB1
encuesta vecinal
Uit het buurtonderzoek blijkt dat bewoners tevreden zijn.
het buurtoverlegB1
reunión vecinal
Het buurtoverleg is elke eerste maandag.
de buurtverenigingB1
asociación vecinal
De buurtvereniging organiseert een straatfeest.
de buurvrouwA1
vecina
De buurvrouw past op de kinderen.
het cadeauA1
regalo
Voor zijn verjaardag kreeg hij een mooi cadeau.
het caféA2
café, bar
We spreken af in het café op de hoek.
de cameraA2
cámara
In de winkel hangen overal camera's.
de carrièreB1
carrera profesional
Zij wil een carrière in de zorg opbouwen.
de categorieB1
categoría
In welke categorie valt dit product?
de cdA2
CD, disco compacto
Mijn vader luistert in de auto nog naar een cd.
het centrumA1
centro (de la ciudad)
Ik woon tien minuten van het centrum.
het certificaatB1
certificado
Na de cursus krijg je een certificaat.
de champignonA1
champiñón
In de saus zitten champignons.
de chauffeurA2
conductor
Vraag het even aan de chauffeur.
de chefB1
jefe (en el trabajo)
Mijn chef vindt het goed dat ik eerder ga.
chef, jefe de cocina
De chef van het restaurant maakt zelf de soep.
de chocoladeA1
chocolate
Zij houdt van donkere chocolade.
het cijferB1
nota
Ik heb een goed cijfer gehaald.

