Vocabulario
7824 palabras · página 105 de 313
heusB1
de verdad; real
Ik kom heus wel op tijd, maak je geen zorgen.
de heuvelB2
colina
Achter de heuvel ligt het dorp.
hevigB2
fuerte, violento (lluvia, viento)
Door hevige regen stonden de straten onder water.
hierA1
aquí
Ik woon hier al drie jaar.
de hiërarchieB2
jerarquía
De hiërarchie binnen dit bedrijf is plat.
hierbijB1
adjunto, por la presente
Hierbij stuur ik u mijn cv en motivatiebrief.
hiernaB2
después de esto
Hierna gaan we samen lunchen in het park.
hijgenB2
hijgde · hebben gehijgd
jadear
Na de trap stond hij te hijgen.
de hinderB2
molestia, estorbo
Door werkzaamheden hebben reizigers hinder op het spoor.
hinderenB2
hinderde · hebben gehinderd
molestar, estorbar
Het lawaai van de buren hindert mij bij het studeren.
hipB2
moderno, de moda
In deze wijk zitten veel hippe cafés.
de historicusB2
historiador
Een historicus schreef een boek over de stad.
de historieB2
historia (formal)
Deze stad heeft een rijke historie.
historischB2
histórico
Het historische centrum van de stad is prachtig.
de hitB2
éxito
Dit liedje was in de jaren tachtig een grote hit.
de hitteB1
calor intenso
De hitte was ondraaglijk deze zomer.
de hittegolfB1
ola de calor
Tijdens de hittegolf werd het veertig graden.
de hobbyB1
afición
Fotograferen is mijn grootste hobby.
de hobbyruimteB1
sala de aficiones
Hij heeft een hobbyruimte in de schuur.
hoeA1
cómo
Hoe gaat het met je?
hoe gaat hetB2
cómo estás
Hoe gaat het met je moeder?
de hoedA2
sombrero
In de zon draagt mijn opa altijd een hoed.
de hoedeB2
en guardia
Wees op je hoede voor zakkenrollers.
de hoekA1
esquina
De bakker zit om de hoek.
hoelangA1
cuánto tiempo
Hoelang woon je al in Nederland?

