Vocabulario
7824 palabras · página 102 de 313
hartstikkeA2
muy, súper (coloquial)
Het was hartstikke leuk op het feest!
de hashtagB2
hashtag
De hashtag stond de hele dag bovenaan.
hatenA1
haatte · hebben gehaat
odiar
Hij haat vergaderingen.
de havenA2
puerto
De boot ligt in de haven van Den Helder.
de havenarbeiderB2
estibador
De havenarbeiders legden het werk neer.
de havenmondB2
bocana del puerto
Bij de havenmond is het altijd druk.
het hboB1
educación superior profesional
Na het mbo wil ze een opleiding op het hbo volgen.
hebbenA1irregular
had · hadden · hebben gehad
tener
Wij hebben twee kinderen.
(auxiliar del pretérito perfecto: haber)
Ik heb de brief gisteren al geschreven.
hechtB2
unido; firme
Wij zijn een hecht gezin en zien elkaar vaak.
hechtenB1
hechtte · hebben gehecht
dar (importancia); apegarse
Wij hechten veel waarde aan een goede samenwerking.
de hechtingB2
punto de sutura
De hechtingen mogen er volgende week uit.
de hectareB2
hectárea
De boer heeft vijftig hectare grond.
het hedenB1
presente, actualidad
Het museum laat de stad zien van vroeger tot heden.
hedendaagsB2
contemporáneo
Het museum toont hedendaagse kunst uit Afrika.
heelA1
muy; entero
Het is heel warm vandaag.
het heelalB2
universo
Het heelal blijft uitdijen.
heenA2
ida (ida y vuelta)
Ik heb een kaartje heen en terug gekocht.
de heerA2
caballero, señor (formal)
Geachte heer, hierbij reageer ik op uw advertentie.
heerlijkA2
delicioso
De soep van mijn moeder smaakt heerlijk.
heersenB1
heerste · hebben geheerst
reinar, imperar
In de stad heerste na de wedstrijd een feestelijke sfeer.
heetA2
muy caliente
Pas op, de thee is nog heel heet.
heffenB2irregular
hief · hieven · hebben geheven
gravar, cobrar; levantar
De gemeente heft belasting op afval.
de heffingskortingB2
deducción fiscal general
Iedereen heeft recht op de algemene heffingskorting.
heftigB2
intenso, fuerte
Het gesprek met mijn baas was best heftig.
de heftruckB2
carretilla elevadora
Voor de heftruck heb je een certificaat nodig.

