Vocabulario
2767 palabras · página 100 de 111
vooralA1
sobre todo
Ik oefen vooral spreken.
het voorbeeldA2
ejemplo
Kun je een voorbeeld geven?
voorbereidenA2separable
bereidde voor · hebben voorbereid
preparar (algo)
We bereiden de vergadering samen voor.
zich voorbereidenreflexivo
prepararse
Ik bereid me voor op het examen.
de voorbereidingB1
preparación
Een goede voorbereiding is de helft van het werk.
voorbijA2
pasado, terminado
De zomer is weer veel te snel voorbij.
voordatB1
antes de que
Was je handen voordat je gaat eten.
het voordeelB1
ventaja
Een voordeel van dit huis is de grote tuin.
de voordeurA1
puerta principal
De voordeur zit op slot.
het voorgerechtA2
entrante
Als voorgerecht nemen we soep.
voorkomenA1separableirregular
kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen
ocurrir, darse
Dat probleem komt hier vaak voor.
voorkómenA2irregular
voorkwam · voorkwamen · hebben voorkomen
prevenir, evitar
Met een goede planning voorkom je veel stress.
voorlezenA2separableirregular
las voor · lazen voor · hebben voorgelezen
leer en voz alta
Wil je mij de brief van de school even voorlezen?
de voorlichtingB1
información pública
De gemeente geeft voorlichting over afvalscheiding.
voorlopigB1
provisional; de momento
Voorlopig blijf ik bij mijn ouders wonen.
de voorraadA2
existencias
We hebben het niet meer op voorraad.
de voorraadkastA2
despensa
Het meel staat in de voorraadkast.
de voorrangB1
prioridad de paso
Fietsers hebben hier voorrang.
het voorstelB1
propuesta
Ik heb een voorstel voor ons volgende uitje.
voorstellenB1separable
stelde voor · hebben voorgesteld
proponer, sugerir
Mag ik een andere datum voorstellen?
presentar; imaginarse (zich voorstellen)
Mag ik me even voorstellen? Ik ben Sara.
voortaanA2
de ahora en adelante
Voortaan doen we het anders.
de voortgangB1
progreso
Je kunt je voortgang online volgen.
vooruitA2
adelante
Met je Nederlands ga je echt vooruit, goed zo!
de voorwaardeA2
condición
Lees eerst de voorwaarden.
de voorzieningB1
servicio, instalación
In de wijk zijn goede voorzieningen.
de voorzitterB1
presidente (de una reunión)
De voorzitter opent de vergadering om acht uur.

