Vocabulario
306 palabras · página 10 de 13
speciaalA2
especial
Dit restaurant heeft een speciaal menu voor kinderen.
de spitsB1
hora punta
Reis liever buiten de spits.
puntiagudo
Het dak van de kerk loopt spits toe.
sportiefB1
deportista
Hij is heel sportief.
standaardB1
estándar
Deze telefoon heeft standaard een hoesje erbij.
sterkA1
fuerte
Hij is heel sterk.
fuerte, cargado (café o té)
Ik drink 's ochtends graag sterke koffie.
stilA1
silencioso
Wees even stil, alsjeblieft.
het stukA1
trozo
Wil je een stuk taart?
roto, averiado
De lift is al een week stuk.
succesvolB1
exitoso
Haar nieuwe bedrijf is erg succesvol.
suikervrijA1
sin azúcar
Deze thee is suikervrij.
taalgevoelB1
sensibilidad lingüística
Na een jaar krijg je meer taalgevoel.
technischB1
técnico
Zij volgt een technische opleiding op het mbo.
tegelijkA2
a la vez
Praat niet allemaal tegelijk.
teleurgesteldA2
decepcionado
Hij was teleurgesteld in het resultaat.
terechtB1
justificado, con razón
Je klacht is terecht, we lossen het meteen op.
tevredenA2
satisfecho
Zij is tevreden met het resultaat.
tijdelijkB1
temporal
Ik heb een tijdelijk contract voor zes maanden.
totaalB1
total
Het totale bedrag is vijftig euro.
traditioneelB1
tradicional
Op feestdagen eten we een traditioneel gerecht.
trotsA1
orgulloso; orgullo
Ze is trots op wat ze bereikt heeft.
tweedehandsA2
de segunda mano
Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.
typischA2
típico
Dat is typisch Nederlands.
uitstekendB1
excelente
Je hebt het examen uitstekend gemaakt!
uitverkochtA2
agotado
Die maat is helaas uitverkocht.
uniekB1
único (excepcional)
Elk mens is uniek en heeft eigen talenten.
vastB1
seguramente
Hij is vast al thuis, want het licht brandt.
fijo, indefinido
Ik heb sinds januari een vast contract.

