Vocabulario
150 palabras · página 6 de 6
de winnaarA2
ganador
De winnaar krijgt een prijs van honderd euro.
winnenA2irregular
won · wonnen · hebben gewonnen
ganar (un partido)
Wie heeft gisteren de wedstrijd gewonnen?
de winstB1
beneficio, ganancia
De winkel maakte dit jaar veel winst.
de winterA1
invierno
De winter is hier nat en koud.
wisselenA2
wisselde · hebben gewisseld
cambiar (dinero)
Kunt u dit briefje van vijftig wisselen?
alternar, cambiar constantemente
Het weer wisselt hier van uur tot uur.
witA1
blanco
De muren zijn wit geverfd.
de woensdagA1
miércoles
Woensdag zijn de kinderen vrij.
de wolkB1
nube
Er hangen donkere wolken.
de wondA1
herida
Maak de wond eerst schoon.
de wondgenezingB1
cicatrización
De wondgenezing verloopt goed.
de wondverzorgingA2
cura de la herida
De verpleegkundige doet de wondverzorging.
wonenA1
woonde · hebben gewoond
vivir, residir
Wij wonen in Utrecht.
de woningA2
vivienda
Een betaalbare woning vinden is moeilijk.
de woningcorporatieA2
empresa de vivienda social
De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.
de woonadresA2
domicilio
Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.
de woonkamerA1
salón
De woonkamer is het grootst.
de woonlastenB1
gastos de vivienda
De woonlasten zijn dit jaar flink gestegen.
de woonruimteA2
espacio habitable
Woonruimte is in deze stad schaars.
het woordA1
palabra
Ik ken dit woord nog niet.
het woordenboekA2
diccionario
Zoek het woord op in het woordenboek.
de woordkeuzeB1
elección de palabras
Let op je woordkeuze in een formele brief.
wordenA1irregular
werd · werden · zijn geworden
llegar a ser
Hij wil dokter worden.
(auxiliar de la voz pasiva: ser)
De brief wordt morgen verstuurd.
de workshopB1
taller
Ik volg zaterdag een workshop over solliciteren.
de worstA1
salchicha
Bij de slager kocht ik worst.
de wortelA1
zanahoria
Doe de wortels in de soep.
raíz
De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.

