Vocabulario
150 palabras · página 5 de 6
het westenA2
oeste
De zon gaat onder in het westen.
de wetA1
ley
Dat is bij wet verboden.
wetenA1irregular
wist · wisten · hebben geweten
saber
Ik weet het niet.
de wetenschapA2
ciencia
De wetenschap is het hier niet over eens.
wetenschappelijkA2
científico
Er is wetenschappelijk bewijs voor deze aanpak.
wieA1
quién
Wie is dat?
de wijkA2
barrio (de la ciudad)
Wij wonen in een rustige wijk aan de rand van de stad.
de wijkagentB1
policía de barrio
De wijkagent kent iedereen in de buurt.
de wijkbewonerB1
vecino del barrio
De wijkbewoners kwamen bijeen in het buurthuis.
het wijkcentrumB1
centro cívico
In het wijkcentrum zijn gratis activiteiten.
de wijnA2
vino
Bij het eten drinken ze een glas rode wijn.
wijzenB1irregular
wees · wezen · hebben gewezen
señalar (con el dedo)
Zij wees naar het huis aan de overkant.
wildB1
salvaje
In dit park leven wilde paarden.
willenA1irregular
wilde · wilden · hebben gewild
querer
Ik wil graag koffie.
de windB1
viento
Er staat vandaag veel wind.
de windkrachtB1
fuerza del viento
Er wordt windkracht acht verwacht.
de windmolenB1
molino, aerogenerador
Langs de kust staan veel windmolens.
de winkelA2
tienda
De winkel is op zondag gesloten.
het winkelcentrumA2
centro comercial
Het winkelcentrum is net verbouwd.
de winkelierA2
comerciante
De winkelier kent al zijn klanten.
de winkelketenA2
cadena de tiendas
Deze winkelketen heeft filialen door het hele land.
het winkelmandjeA2
cesta de la compra
Voor een paar dingen pak ik een winkelmandje.
het winkelpersoneelA2
personal de la tienda
Het winkelpersoneel helpt je graag.
de winkeltijdenA2
horario comercial
De winkeltijden staan op de deur.
de winkelwagenA2
carrito
Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.

