Vocabulario
269 palabras · página 4 de 11
de weekdagA1
día laborable
Op weekdagen sta ik vroeg op.
het weekeindeB1
fin de semana (formal)
Wat zijn jullie plannen voor het komende weekeinde?
het weekendA1
fin de semana
In het weekend werk ik niet.
de weemoedB2
nostalgia, añoranza
Hij denkt met weemoed terug aan die tijd.
het weerA1
tiempo (clima)
Het weer verandert hier snel.
otra vez, de nuevo
Hij is weer te laat op zijn werk gekomen.
het weeralarmB1
alerta meteorológica
Het KNMI gaf een weeralarm af.
het weerberichtB2
parte meteorológico
Volgens het weerbericht wordt het droog.
de weerkaartB1
mapa del tiempo
Op de weerkaart zie je een depressie boven zee.
weerleggenB2
weerlegde · hebben weerlegd
refutar
Dat argument is makkelijk te weerleggen.
de weerleggingB2
refutación
Zijn weerlegging overtuigde niemand.
de weersomstandigheidB1
condición meteorológica
Door slechte weersomstandigheden ging de vlucht niet.
weersprekenB2irregular
weersprak · weerspraken · hebben weersproken
desmentir
De feiten weerspreken zijn verhaal.
de weerstandB2
resistencia
Het plan riep veel weerstand op.
de weersverwachtingB1
previsión del tiempo
Volgens de weersverwachting gaat het regenen.
de weersvoorspellingB2
pronóstico del tiempo
De weersvoorspelling klopte niet.
het weerwoordB2
réplica
Hij had geen weerwoord op die kritiek.
de wegA1
camino, carretera
Deze weg gaat naar het centrum.
het wegdekB2
firme de la carretera
Het wegdek is glad bij regen.
het wegennetB1
red de carreteras
Nederland heeft een dicht wegennet.
wegensB2
por motivo de
De winkel is wegens ziekte vandaag gesloten.
weggaanA2separableirregular
ging weg · gingen weg · zijn weggegaan
irse
Wanneer ga je weg?
weggooienA2separable
gooide weg · hebben weggegooid
tirar
Gooi het oude papier weg.
het wegverkeerB1
tráfico rodado
Het wegverkeer neemt elk jaar toe.
de wegwerkzaamhedenB1
obras en la carretera
Er zijn wegwerkzaamheden op de A2.
de wegwijzerB1
señal indicadora
Volg de wegwijzers naar het centrum.

