Vocabulario
77 palabras · página 1 de 4
de vaderA1
padre
Mijn vader kookt heel goed.
de vakantieA2
vacaciones
We gaan deze zomer op vakantie naar Spanje.
de vakantiedagenA2
días de vacaciones
Ik heb nog tien vakantiedagen over.
de valA1
caída
Een val is bij ouderen de grootste risicofactor.
het varkenA2
cerdo
Op deze boerderij lopen de varkens buiten.
de veerbootA2
ferry
De veerboot vertrekt elk half uur.
de veiligheidA2
seguridad
De veiligheid in de wijk is verbeterd.
het veldA2
campo
Op het veld achter de school spelen kinderen voetbal.
de vensterbankA1
alféizar
Op de vensterbank staan planten.
de ventilatieA2
ventilación
Goede ventilatie voorkomt schimmel.
de veranderingA2
cambio
Dat is een grote verandering voor ons.
het verbandA2
vendaje
Doe er even een verband omheen.
de verblijfsvergunningA2
permiso de residencia
Zijn verblijfsvergunning is met vijf jaar verlengd.
de verdiepingA1
planta (de un edificio), piso
Wij wonen op de derde verdieping.
het verdragA2
tratado
Het verdrag werd door alle partijen ondertekend.
de vergaderingA2
reunión
De vergadering begint om negen uur.
de vergoedingA2
reembolso, remuneración
Je krijgt een vergoeding voor de reiskosten.
het verhaalA2
historia, relato
Het verhaal van deze film is erg spannend.
de verhuisdoosA2
caja de mudanza
We hebben vijftig verhuisdozen nodig.
de verhuizingA2
mudanza
De verhuizing is volgende maand.
de verjaardagA1
cumpleaños
Morgen is mijn verjaardag.
het verkeerslichtA2
semáforo
Sla linksaf bij het verkeerslicht.
de verkiezingA2
elección (votación)
De verkiezingen zijn over twee maanden.
de verkoperA2
vendedor
De verkoper hielp me met de maat.
de verkoudheidA2
resfriado
Een verkoudheid duurt meestal een week.

