Vocabulario
Filtros2
6 palabras · página 1 de 1
vallenA1irregular
viel · vielen · zijn gevallen
caer
Pas op, je valt bijna.
caer (en una fecha)
Mijn verjaardag valt dit jaar op een zondag.
vergetenA1irregular
vergat · vergaten · hebben vergeten
olvidar
Ik ben mijn telefoon vergeten.
verkopenA1irregular
verkocht · verkochten · hebben verkocht
vender
Ze verkopen hier verse groente.
vindenA1irregular
vond · vonden · hebben gevonden
encontrar; opinar
Ik kan het niet vinden.
voorkomenA1separableirregular
kwam voor · kwamen voor · zijn voorgekomen
ocurrir, darse
Dat probleem komt hier vaak voor.
vragenA1irregular
vroeg · vroegen · hebben gevraagd
preguntar
Mag ik iets vragen?
pedir
Hij vraagt zijn buurman om hulp.

