Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

500 palabras · página 5 de 20

  • de verbazingB2

    asombro

    Tot mijn verbazing kwam hij toch.

  • verbergenB1irregular

    verborg · verborgen · hebben verborgen

    esconder, ocultar

    Het kind verbergt het cadeau onder zijn bed.

  • verbeterenA2

    verbeterde · hebben/zijn verbeterd

    mejorar

    Mijn Nederlands is dit jaar verbeterd.

  • het verbeterplanB2

    plan de mejora

    Na de audit volgde een verbeterplan.

  • verbiedenA2irregular

    verbood · verboden · hebben verboden

    prohibir

    Roken is in het gebouw verboden.

  • verbindenB1irregular

    verbond · verbonden · hebben verbonden

    conectar, unir

    Deze brug verbindt de twee delen van de stad.

  • de verbindingB1

    conexión

    De verbinding met het internet is vandaag erg slecht.

  • de verbitteringB2

    amargura

    Uit zijn woorden sprak verbittering.

  • verblekenB2

    verbleekte · zijn verbleekt

    palidecer

    Hij verbleekte toen hij het hoorde.

  • het verblijfB2

    estancia

    Het verblijf duurde drie weken.

  • het verblijfsdocumentB1

    documento de residencia

    Neem je verblijfsdocument mee naar de afspraak.

  • de verblijfsvergunningA2

    permiso de residencia

    Zijn verblijfsvergunning is met vijf jaar verlengd.

  • verblijvenB2irregular

    verbleef · verbleven · hebben verbleven

    alojarse, residir

    Tijdens de cursus verblijven de deelnemers in een hotel.

  • verbolgenB2

    indignado

    Hij reageerde verbolgen op de beschuldiging.

  • de verbondenheidB2

    sentido de pertenencia

    Sport geeft veel mensen een gevoel van verbondenheid.

  • verbouwereerdB2

    desconcertado

    Hij keek verbouwereerd om zich heen.

  • verbrandenB1

    verbrandde · hebben/zijn verbrand

    quemar

    Ik heb mijn hand aan de hete pan verbrand.

  • verdachtB2

    sospechoso (adj.)

    De politie zag een verdachte auto in de straat.

  • de verdachteB2

    sospechoso

    De verdachte ontkent alles.

  • verdedigenB2

    verdedigde · hebben verdedigd

    defender

    De advocaat verdedigt zijn klant in de rechtbank.

  • de verdeeldheidB2

    división

    Het onderwerp zorgt voor verdeeldheid in de politiek.

  • verdelenB1

    verdeelde · hebben verdeeld

    dividir, repartir

    We verdelen de kosten van het etentje eerlijk.

  • verdienenA1

    verdiende · hebben verdiend

    ganar

    Hoeveel verdien je per uur?

  • de verdiepingA1

    planta (de un edificio), piso

    Wij wonen op de derde verdieping.

  • de verdovingB2

    anestesia

    De ingreep gebeurt onder plaatselijke verdoving.