Vocabulario
277 palabras · página 11 de 12
vormenB1
vormde · hebben gevormd
formar
De kinderen vormen een kring rond de leraar.
de vorstB1
helada
Vannacht wordt er vorst verwacht.
monarca, soberano
De vorst opende zelf het nieuwe gebouw.
de vraagA1
pregunta
Mag ik u een vraag stellen over het formulier?
de vraagstellingB1
planteamiento de la pregunta
Let goed op de vraagstelling van de opdracht.
de vrachtwagenA2
camión
Een grote vrachtwagen staat midden op de straat.
vragenA1irregular
vroeg · vroegen · hebben gevraagd
preguntar
Mag ik iets vragen?
pedir
Hij vraagt zijn buurman om hulp.
de vredeB1
paz
Iedereen wil in vrede en veiligheid leven.
vreemdA2
extraño; ajeno
Ik hoorde vannacht een vreemd geluid in de keuken.
vreselijkA2
horrible, espantoso
Ik had vreselijke hoofdpijn na het feest.
de vriendA1
amigo
Hij is een goede vriend van mij.
novio, pareja
Ze woont samen met haar vriend in Utrecht.
vriendelijkA2
amable
De mensen in deze winkel zijn altijd erg vriendelijk.
de vriendinA1
amiga, novia
Mijn vriendin komt uit Spanje.
de vriendschapA1
amistad
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
de vriezerA2
congelador
Het brood ligt in de vriezer.
vrijA1
libre
Is deze stoel vrij?
de vrijdagA1
viernes
Vrijdag werk ik thuis.
de vrijetijdsbestedingB1
ocio, pasatiempo
Sport is zijn favoriete vrijetijdsbesteding.
de vrijheidA2
libertad
Vrijheid van meningsuiting kent grenzen.
de vrijwilligerA2
voluntario
Zij werkt als vrijwilliger bij de voedselbank.
het vrijwilligerswerkB1
voluntariado
Zij doet vrijwilligerswerk in het buurthuis.
vroegA1
temprano
Ik sta elke dag vroeg op.
vroegerA2
antes
Vroeger woonde ik in een dorp.
vrolijkA2
alegre
Zij is altijd vrolijk op haar werk.
de vrouwA1
mujer
De vrouw leest een boek.
esposa
Mijn vrouw werkt bij de gemeente.
vrouwelijkB1
femenino
Steeds meer vrouwelijke studenten kiezen voor techniek.

