Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

16 palabras · página 1 de 1

  • de uiA1

    cebolla

    Van een ui moet ik huilen.

  • uitA1

    de, fuera de

    Ik kom uit Oekraïne.

  • de uitgaveA2

    gasto

    Dit is een grote uitgave voor ons.

  • uitgevenA2separableirregular

    gaf uit · gaven uit · hebben uitgegeven

    gastar

    Ik geef te veel geld uit aan eten.


    publicar, editar

    Die uitgeverij geeft vooral kinderboeken uit.

  • de uitkeringA2

    prestación

    Hij ontvangt tijdelijk een uitkering.

  • uitkomenA2separableirregular

    kwam uit · kwamen uit · zijn uitgekomen

    venir bien

    Komt dinsdag jou goed uit?


    resultar, salir a la luz

    Later kwam uit dat de cijfers niet klopten.

  • de uitspraakA2

    pronunciación

    Je uitspraak is al veel beter.

  • uitstappenA2separable

    stapte uit · zijn uitgestapt

    bajar (de un vehículo)

    Bij welke halte moet ik uitstappen?

  • uitverkochtA2

    agotado

    Die maat is helaas uitverkocht.

  • de uitverkoopA2

    rebajas

    In januari is er uitverkoop.

  • de uitzendingA2

    emisión

    De uitzending begint om acht uur.

  • uitzoekenA2separableirregular

    zocht uit · zochten uit · hebben uitgezocht

    averiguar

    Ik zoek uit wat de regels precies zijn.

  • het uniformA2

    uniforme

    Op dit werk draag je een uniform.

  • de universiteitA1

    universidad

    Zij studeert aan de universiteit van Leiden.

  • het uurA1

    hora

    De les duurt één uur.

  • het UWVA2

    organismo de seguros laborales

    Je uitkering loopt via het UWV.