Vocabulario
18 palabras · página 1 de 1
de uiA1
cebolla
Van een ui moet ik huilen.
de uitdagingB1
reto, desafío
Een nieuwe taal leren is een grote uitdaging.
het uitgaanslevenB1
vida nocturna
Het uitgaansleven in de stad is levendig.
de uitgaveA2
gasto
Dit is een grote uitgave voor ons.
de uitgavenB1
gastos
Mijn uitgaven zijn hoger dan vorig jaar.
het uitjeB1
excursión, salida
We doen jaarlijks een uitje met het team.
de uitkeringA2
prestación
Hij ontvangt tijdelijk een uitkering.
de uitlegB1
explicación
Bedankt voor de duidelijke uitleg.
de uitnodigingB1
invitación
Bedankt voor de uitnodiging!
de uitslagB1
resultado; erupción
De uitslag van het bloedonderzoek is goed.
de uitspraakA2
pronunciación
Je uitspraak is al veel beter.
de uitverkoopA2
rebajas
In januari is er uitverkoop.
de uitzendingA2
emisión
De uitzending begint om acht uur.
de uitzonderingB1
excepción
Op deze regel is één uitzondering.
het uniformA2
uniforme
Op dit werk draag je een uniform.
de universiteitA1
universidad
Zij studeert aan de universiteit van Leiden.
het uurA1
hora
De les duurt één uur.
het UWVA2
organismo de seguros laborales
Je uitkering loopt via het UWV.

