Vocabulario
10 palabras · página 1 de 1
de uiA1
cebolla
Van een ui moet ik huilen.
de uitgaveA2
gasto
Dit is een grote uitgave voor ons.
de uitkeringA2
prestación
Hij ontvangt tijdelijk een uitkering.
de uitspraakA2
pronunciación
Je uitspraak is al veel beter.
de uitverkoopA2
rebajas
In januari is er uitverkoop.
de uitzendingA2
emisión
De uitzending begint om acht uur.
het uniformA2
uniforme
Op dit werk draag je een uniform.
de universiteitA1
universidad
Zij studeert aan de universiteit van Leiden.
het uurA1
hora
De les duurt één uur.
het UWVA2
organismo de seguros laborales
Je uitkering loopt via het UWV.

