Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

4 palabras · página 1 de 1

  • terugbetalenA2separable

    betaalde terug · hebben terugbetaald

    devolver (dinero)

    Ik betaal je volgende week terug.

  • terugkomenA2separableirregular

    kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen

    volver

    Hij komt volgende week terug.

  • thuisblijvenA2separableirregular

    bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven

    quedarse en casa

    Ik blijf vandaag thuis.

  • toestaanA2separableirregular

    stond toe · stonden toe · hebben toegestaan

    permitir

    Honden zijn hier niet toegestaan.