Vocabulario
12 palabras · página 1 de 1
taalgevoelB1
sensibilidad lingüística
Na een jaar krijg je meer taalgevoel.
technischB1
técnico
Zij volgt een technische opleiding op het mbo.
tegelijkA2
a la vez
Praat niet allemaal tegelijk.
teleurgesteldA2
decepcionado
Hij was teleurgesteld in het resultaat.
terechtB1
justificado, con razón
Je klacht is terecht, we lossen het meteen op.
tevredenA2
satisfecho
Zij is tevreden met het resultaat.
tijdelijkB1
temporal
Ik heb een tijdelijk contract voor zes maanden.
totaalB1
total
Het totale bedrag is vijftig euro.
traditioneelB1
tradicional
Op feestdagen eten we een traditioneel gerecht.
trotsA1
orgulloso; orgullo
Ze is trots op wat ze bereikt heeft.
tweedehandsA2
de segunda mano
Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.
typischA2
típico
Dat is typisch Nederlands.

