Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

6 palabras · página 1 de 1

  • tegelijkA2

    a la vez

    Praat niet allemaal tegelijk.

  • teleurgesteldA2

    decepcionado

    Hij was teleurgesteld in het resultaat.

  • tevredenA2

    satisfecho

    Zij is tevreden met het resultaat.

  • trotsA1

    orgulloso; orgullo

    Ze is trots op wat ze bereikt heeft.

  • tweedehandsA2

    de segunda mano

    Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.

  • typischA2

    típico

    Dat is typisch Nederlands.