Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

91 palabras · página 2 de 4

  • het tegoedA2

    saldo disponible

    Er staat nog tegoed op mijn kaart.

  • tekenenA2

    tekende · hebben getekend

    dibujar

    Mijn dochter tekent graag.

  • de tekstA1

    texto

    Lees de tekst en beantwoord daarna de vragen.

  • de telefoonA1

    teléfono

    Mijn telefoon is leeg.

  • teleurgesteldA2

    decepcionado

    Hij was teleurgesteld in het resultaat.

  • de televisieA1

    televisión

    De televisie staat de hele dag aan.

  • tellenA1

    telde · hebben geteld

    contar (números)

    Kun je tot tien tellen in het Nederlands?


    contar, valer

    Deze oefening telt niet mee voor je eindcijfer.

  • terugA1

    de vuelta

    Ik ben om zes uur terug.

  • terugbetalenA2separable

    betaalde terug · hebben terugbetaald

    devolver (dinero)

    Ik betaal je volgende week terug.

  • terugkomenA2separableirregular

    kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen

    volver

    Hij komt volgende week terug.

  • de testA2

    prueba, test

    De dokter doet een test om te zien wat je hebt.

  • testenA2

    testte · hebben getest

    probar, hacer una prueba

    De dokter wil je bloed nog een keer testen.

  • tevredenA2

    satisfecho

    Zij is tevreden met het resultaat.

  • de theeA1

    té

    Ik drink liever thee dan koffie.

  • de theorieA2

    teoría

    In theorie klopt het, in de praktijk niet.

  • de thermometerA2

    termómetro

    Meet even met de thermometer.

  • de thermostaatA2

    termostato

    Zet de thermostaat op negentien graden.

  • het thuisA1

    en casa

    Vandaag werk ik thuis.

  • thuisblijvenA2separableirregular

    bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven

    quedarse en casa

    Ik blijf vandaag thuis.

  • tienA1

    diez

    Ik heb nog tien minuten.

  • de tijdA1

    tiempo

    Ik heb geen tijd vandaag.

  • tijdensA1

    durante

    Tijdens de les mag je niet bellen.

  • het tijdschriftA2

    revista

    Het artikel stond in een wetenschappelijk tijdschrift.

  • het tijdstipA2

    momento (hora)

    Wat is een handig tijdstip voor jou?

  • tillenA2

    tilde · hebben getild

    levantar (peso)

    Deze doos is te zwaar om alleen te tillen.