Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

167 palabras · página 1 de 7

  • de saladeA1

    ensalada

    Bij het vlees eten we salade.

  • het salarisA2

    salario

    Het salaris wordt aan het einde van de maand betaald.

  • de salarisschaalA2

    escala salarial

    Ik zit in salarisschaal 7.

  • de salarisstrookA2

    nómina

    Bewaar je salarisstrook goed.

  • het saldoB1

    saldo

    Mijn saldo is bijna nul.

  • de samenlevingA2

    sociedad

    De samenleving verandert snel.

  • de samenvattingB1

    resumen

    Schrijf een korte samenvatting van de tekst.

  • de samenwerkingA2

    colaboración

    De samenwerking tussen de afdelingen verloopt goed.

  • het sapA1

    zumo

    Een glas sap, alstublieft.

  • de sausA1

    salsa

    Wil je saus bij de patat?

  • de schaarA1

    tijeras

    Heb je een schaar voor me?

  • de schadeB1

    daño

    De storm heeft veel schade aan de daken veroorzaakt.

  • de schaduwB1

    sombra

    Ga even in de schaduw zitten.

  • het schermA2

    pantalla (de móvil, de cine)

    Het scherm van mijn laptop is kapot.

  • het schilderijA2

    cuadro

    Het schilderij hangt in het Rijksmuseum.

  • de schimmelA2

    moho

    In de badkamer zit schimmel op de muur.

  • het schipA2

    barco, buque

    Het schip vaart vanavond van Rotterdam naar Engeland.

  • de schoenA1

    zapato

    Deze schoen past niet, hij is te klein.

  • de schoolA1

    escuela

    Mijn kinderen gaan hier naar school.

  • de schoolgidsA2

    guía escolar

    In de schoolgids staan alle regels.

  • het schoolrapportA2

    boletín de notas

    Het schoolrapport komt in juli.

  • de schooltijdA2

    horario escolar

    Na schooltijd gaan de kinderen naar de opvang.

  • de schoolvakantieA2

    vacaciones escolares

    In de schoolvakantie zijn de lessen vrij.

  • de schoondochterA1

    nuera

    Onze schoondochter komt uit Spanje.

  • het schoonmaakmiddelA2

    producto de limpieza

    Dit schoonmaakmiddel werkt goed op tegels.