Vocabulario
20 palabras · página 1 de 1
scherpA2
afilado
Pas op, dat mes is heel scherp.
schoonA1
limpio
De keuken is weer schoon.
schuldigA2
culpable
De rechter achtte hem schuldig.
serieusB1
serio
Is dit een grap of meen je het serieus?
simpelA2
simple
Het recept is heel simpel, je hebt maar drie dingen nodig.
slechtA1
malo
Het weer is vandaag slecht.
slimA2
listo, inteligente
Dat is een slim idee, zo besparen we tijd.
snelA1
rápido
Hij loopt heel snel.
sociaalA1
social
Hij is heel sociaal en maakt snel contact.
somberA2
sombrío, decaído
In november voel ik me vaak somber.
spannendA2
emocionante, tenso
Het examen vond hij vooral spannend.
speciaalA2
especial
Dit restaurant heeft een speciaal menu voor kinderen.
de spitsB1
hora punta
Reis liever buiten de spits.
puntiagudo
Het dak van de kerk loopt spits toe.
sportiefB1
deportista
Hij is heel sportief.
standaardB1
estándar
Deze telefoon heeft standaard een hoesje erbij.
sterkA1
fuerte
Hij is heel sterk.
fuerte, cargado (café o té)
Ik drink 's ochtends graag sterke koffie.
stilA1
silencioso
Wees even stil, alsjeblieft.
het stukA1
trozo
Wil je een stuk taart?
roto, averiado
De lift is al een week stuk.
succesvolB1
exitoso
Haar nieuwe bedrijf is erg succesvol.
suikervrijA1
sin azúcar
Deze thee is suikervrij.

