Vocabulario
459 palabras · página 4 de 19
de schoonmakerB2
limpiador
De schoonmaker komt na sluitingstijd.
de schoonmoederA1
suegra
Mijn schoonmoeder komt zondag eten.
de schoonvaderA1
suegro
Mijn schoonvader helpt vaak in de tuin.
de schoonzoonA1
yerno
Haar schoonzoon werkt in de bouw.
de schoonzusA1
cuñada
Mijn schoonzus komt uit Italië.
de schoorsteenA1
chimenea
Uit de schoorsteen komt rook.
de schouderA1
hombro
Mijn schouder doet pijn.
de schouwburgB2
teatro municipal
De schouwburg staat aan het plein.
het schriftA2
cuaderno
Schrijf de nieuwe woorden in je schrift.
het schriftelijkB1
escrito
Het examen bestaat uit een schriftelijk deel.
de schrijfopdrachtB2
tarea de expresión escrita
De schrijfopdracht vraagt om een formele brief.
de schrijfstijlB1
estilo de escritura
Zijn schrijfstijl is helder en kort.
de schrijftaalB1
lengua escrita
Schrijftaal is formeler dan spreektaal.
de schrijfvaardigheidB1
expresión escrita
Schrijfvaardigheid oefen je door veel te schrijven.
schrijvenA1irregular
schreef · schreven · hebben geschreven
escribir
Schrijf je naam op het formulier.
de schrijverA2
escritor
Deze schrijver heeft al tien romans geschreven.
de schrikB2
susto
Van de schrik liet zij het glas vallen.
de schroevendraaierB2
destornillador
Ik zoek een kleinere schroevendraaier.
de schroomB2
reparo, timidez
Zij sprak zonder schroom over haar fouten.
de schuldA2
deuda
Hij heeft schulden bij de bank.
culpa
Het was mijn schuld dat we te laat waren.
schuldbewustB2
con aire culpable
Hij keek schuldbewust naar de grond.
de schuldeiserB1
acreedor
De schuldeiser wil een betalingsregeling.
de schuldenlastB2
carga de deuda
De schuldenlast van huishoudens is toegenomen.
de schuldenproblematiekB2
problemática del endeudamiento
De schuldenproblematiek raakt vooral jonge gezinnen.
het schuldgevoelB2
sentimiento de culpa
Hij had een schuldgevoel over zijn beslissing.

