Vocabulario
84 palabras · página 1 de 4
de raadB1
consejo (recomendación; órgano)
Mijn buurman gaf mij een goede raad over de tuin.
het raamA1
ventana
Het raam staat open.
de radioA1
radio
In de auto luister ik altijd naar de radio.
de randB1
borde
Ze wonen aan de rand van de stad.
het rapportA2
boletín de notas; informe
Mijn dochter heeft een goed rapport gekregen.
de reactieA1
comentario
Onder het bericht staan honderd reacties.
de reactietermijnB1
plazo de respuesta
De reactietermijn is twee weken.
het receptA2
receta
Dit recept komt van mijn moeder.
receta médica
De dokter geeft je een recept voor de apotheek.
het rechtA1
derecho
Je hebt recht op een advocaat.
recto, derecho
De weg loopt recht naar het centrum.
de rechtbankA2
tribunal
De zaak dient volgende maand voor de rechtbank.
de rechterA2
juez
De rechter deed vandaag uitspraak.
de rechtsbijstandB1
asistencia jurídica
Bij een conflict kun je rechtsbijstand aanvragen.
de rechtsstaatA2
estado de derecho
In een rechtsstaat staat niemand boven de wet.
de recreatieB1
recreación
Het gebied wordt gebruikt voor recreatie.
het recreatiegebiedB1
zona recreativa
Achter het dorp ligt een recreatiegebied.
de redenA2
razón
Wat is de reden van je verhuizing?
de referentieB1
referencia
Mijn vorige werkgever wil een referentie geven.
de regelA1
regla
Dat is hier de regel.
línea (de texto)
Het antwoord staat op regel twaalf van de tekst.
de regelgevingB1
normativa
De regelgeving is de laatste jaren veranderd.
de regenB1
lluvia
Door de regen bleven we binnen.
de regenbuiB1
chubasco
Er komt vanmiddag een flinke regenbui.
de regenvalB1
precipitación
De regenval was dit voorjaar extreem.
het regenwaterB1
agua de lluvia
Regenwater kun je opvangen voor de tuin.
de regeringA1
gobierno (gabinete)
De regering viel na een jaar.
de regioB1
región
In onze regio zijn weinig banen voor jongeren.

