Vocabulario
11 palabras · página 1 de 1
raarA2
raro
Het eten smaakt een beetje raar vandaag.
recentB1
reciente
Uit recent onderzoek blijkt dat jongeren minder slapen.
het rechtA1
derecho
Je hebt recht op een advocaat.
recto, derecho
De weg loopt recht naar het centrum.
redelijkB1
razonable
De prijs van de kamer is redelijk voor deze buurt.
regelmatigA2
con regularidad
Ik sport regelmatig.
rijkA1
rico
Zij komt uit een rijke familie.
rondA1
redondo
De tafel is rond.
alrededor de
De vergadering begint rond twee uur.
roodA1
rojo
Ze draagt een rode jas.
rozeA1
rosa
Zij draagt een roze jurk.
ruimB1
amplio, espacioso
Het appartement is ruim en heeft een groot balkon.
más de, algo más de
De reis duurt ruim drie uur met de trein.
rustigA2
tranquilo
Het is hier lekker rustig.

