Vocabulario
8 palabras · página 1 de 1
raarA2
raro
Het eten smaakt een beetje raar vandaag.
het rechtA1
derecho
Je hebt recht op een advocaat.
recto, derecho
De weg loopt recht naar het centrum.
regelmatigA2
con regularidad
Ik sport regelmatig.
rijkA1
rico
Zij komt uit een rijke familie.
rondA1
redondo
De tafel is rond.
alrededor de
De vergadering begint rond twee uur.
roodA1
rojo
Ze draagt een rode jas.
rozeA1
rosa
Zij draagt een roze jurk.
rustigA2
tranquilo
Het is hier lekker rustig.

