Vocabulario
93 palabras · página 3 de 4
het pleinA1
plaza
Op het plein is elke week markt.
de plekA2
sitio
Is deze plek naast u nog vrij?
het plezierA2
diversión, placer
De kinderen hebben veel plezier in het zwembad.
de ploegendienstA2
trabajo por turnos
Hij werkt in ploegendienst.
de plotselingA2
de repente
Plotseling begon het te regenen.
poetsenA1
poetste · hebben gepoetst
cepillar, limpiar
Poets je tanden twee keer per dag.
de politieA1
policía
Na het ongeluk belde ik meteen de politie.
politiekA1
política
In de politiek gaat het vaak om compromissen.
de polsA1
muñeca
Ik heb mijn pols verstuikt.
pulso
De verpleegkundige voelt eerst je pols.
de portemonneeA1
cartera
Mijn portemonnee zit in mijn tas.
de portieA2
ración
Dat is een grote portie.
de postA2
correo
Ik heb vandaag een brief van de gemeente met de post gekregen.
de postzegelA1
sello
Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.
prachtigA2
precioso, magnífico
Vanaf de dijk heb je een prachtig uitzicht.
pratenA1
praatte · hebben gepraat
hablar, charlar
We praten straks verder.
preciesA1
exactamente
De trein vertrekt precies om acht uur.
de preiA1
puerro
Doe wat prei in de soep.
prettigA2
agradable (sensación)
Ik vind het prettig om in de ochtend te sporten.
de prijsA1
precio
De prijs staat op het etiket.
premio
Zij heeft de eerste prijs gewonnen met haar verhaal.
het prijskaartjeA2
etiqueta de precio
Er zit geen prijskaartje op.
de prijslijstA2
lista de precios
De prijslijst hangt bij de ingang.
de prijsvergelijkingA2
comparación de precios
Doe eerst een prijsvergelijking online.
de prijsverhogingA2
subida de precio
Er komt een prijsverhoging van vijf procent.
het prijsverschilA2
diferencia de precio
Het prijsverschil tussen beide winkels is groot.
de prikA2
pinchazo
De prik deed nauwelijks pijn.

