Vocabulario
321 palabras · página 1 de 13
objectiefB2
objetivo
Volledig objectieve verslaggeving bestaat niet.
de obligatieB2
bono
Obligaties gelden als minder risicovol.
de oceaanA2
océano
De oceaan neemt veel warmte op.
de ochtendA1
mañana (parte del día)
In de ochtend drink ik koffie.
het octrooiB2
patente
Het bedrijf vroeg octrooi aan op de techniek.
oefenenB1
oefende · hebben geoefend
practicar
Je moet elke dag oefenen.
het oefenexamenB1
examen de práctica
Maak eerst een oefenexamen.
de oefeningA2
ejercicio
Maak oefening drie op bladzijde tien.
het oefenmateriaalB1
material de práctica
Er is genoeg oefenmateriaal online beschikbaar.
de oefentoetsA2
prueba de práctica
Maak eerst een oefentoets.
de oeverB2
orilla
Langs de oever staan wilgen.
ofA1
o
Wil je thee of koffie?
officieelB1
oficial
Voor de aanvraag heb je een officieel document nodig.
ofschoonB2
aunque (formal)
Ofschoon hij twijfelde, stemde hij toe.
oftewelB2
es decir
Het gaat om de cesuur, oftewel de zak-slaaggrens.
ogenschijnlijkB2
en apariencia
Het probleem is ogenschijnlijk klein.
oktoberA1
octubre
In oktober vallen de bladeren.
de olieA2
aceite
Bak het in een beetje olie.
de olijfA1
aceituna
Wil je olijven bij de borrel?
omA1
a (la hora); alrededor de
De les begint elke dag om half negen.
para (om … te)
Ik ga naar de bibliotheek om te studeren.
de omaA1
abuela
Mijn oma woont in een klein dorp.
de ombudsmanB2
defensor del pueblo
De ombudsman onderzocht de klacht.
omdatA1
porque
Ik kom niet, omdat ik moet werken.
omgaanB1separableirregular
ging om · gingen om · zijn omgegaan
manejar, tratar (omgaan met)
Hoe ga je om met stress op je werk?
de omgevingA2
alrededores, entorno
In de omgeving van ons huis zijn veel parken.

