Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

136 palabras · página 5 de 6

  • optredenA2separableirregular

    trad op · traden op · hebben opgetreden

    actuar

    De band treedt zaterdag op.


    het optreden

    actuación

    Het optreden van de band duurde twee uur.

  • opvallenA2separableirregular

    viel op · vielen op · zijn opgevallen

    llamar la atención

    Het valt me op dat je beter spreekt.

  • opwarmenA2separable

    warmde op · hebben opgewarmd

    calentar

    Warm het eten even op in de magnetron.

  • opzeggenA2separableirregular

    zei op · zeiden op · hebben opgezegd

    rescindir, cancelar

    Ik wil mijn contract opzeggen.

  • de opzegtermijnB1

    plazo de preaviso

    De opzegtermijn is één maand.

  • opzoekenA2separableirregular

    zocht op · zochten op · hebben opgezocht

    consultar, buscar (en un diccionario, un mapa)

    Zoek het woord even op.


    ir a ver, visitar (a alguien)

    Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.

  • oranjeA1

    naranja (color)

    Het Nederlands elftal speelt in oranje.

  • de ordeB1

    orden

    Is alles in orde met je nieuwe huis?

  • de organisatieB1

    organización

    Zij werkt voor een organisatie die vluchtelingen helpt.

  • organiserenA2

    organiseerde · hebben georganiseerd

    organizar

    Wij organiseren zaterdag een feest voor de buren.

  • origineelB1

    original

    Wat een origineel cadeau, waar heb je dat gekocht?

  • oudA1

    viejo

    Dit is een oud gebouw.

  • de oudersA1

    padres

    Mijn ouders wonen nog in Polen.

  • de ovenA2

    horno

    Zet de oven op 180 graden.

  • de ovenschaalA2

    fuente de horno

    Doe alles in een ovenschaal.

  • overA1

    sobre; dentro de

    We praten later over dit probleem.

  • overalA2

    en todas partes

    Er liggen overal fietsen.

  • overboekenB1separable

    boekte over · hebben overgeboekt

    transferir

    Ik heb het bedrag gisteren overgeboekt.

  • de overheidA1

    gobierno

    De overheid heeft nieuwe regels aangekondigd.

  • de overheidsdienstB1

    servicio público

    Deze overheidsdienst behandelt uw aanvraag.

  • het overheidsformulierB1

    formulario oficial

    Overheidsformulieren zijn vaak lastig te lezen.

  • het overhemdA2

    camisa (de vestir)

    Voor het feest trek ik een wit overhemd aan.

  • het overlegB1

    consulta, reunión

    Na overleg met het team besloten we te wachten.

  • overleggenB1

    overlegde · hebben overlegd

    consultar

    Ik moet eerst met mijn collega overleggen.

  • overlevenB1

    overleefde · hebben overleefd

    sobrevivir

    Alle passagiers hebben het ongeluk overleefd.