Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

91 palabras · página 4 de 4

  • opzoekenA2separableirregular

    zocht op · zochten op · hebben opgezocht

    consultar, buscar (en un diccionario, un mapa)

    Zoek het woord even op.


    ir a ver, visitar (a alguien)

    Ik ga dit weekend mijn oma opzoeken.

  • oranjeA1

    naranja (color)

    Het Nederlands elftal speelt in oranje.

  • organiserenA2

    organiseerde · hebben georganiseerd

    organizar

    Wij organiseren zaterdag een feest voor de buren.

  • oudA1

    viejo

    Dit is een oud gebouw.

  • de oudersA1

    padres

    Mijn ouders wonen nog in Polen.

  • de ovenA2

    horno

    Zet de oven op 180 graden.

  • de ovenschaalA2

    fuente de horno

    Doe alles in een ovenschaal.

  • overA1

    sobre; dentro de

    We praten later over dit probleem.

  • overalA2

    en todas partes

    Er liggen overal fietsen.

  • de overheidA1

    gobierno

    De overheid heeft nieuwe regels aangekondigd.

  • het overhemdA2

    camisa (de vestir)

    Voor het feest trek ik een wit overhemd aan.

  • overmorgenA1

    pasado mañana

    Overmorgen begint mijn vakantie.

  • overstappenA2separable

    stapte over · zijn overgestapt

    hacer transbordo

    In Utrecht moet je overstappen.


    cambiarse (a otro proveedor)

    Veel mensen stappen over naar een goedkopere zorgverzekering.

  • overtuigenA2

    overtuigde · hebben overtuigd

    convencer

    Hij wist iedereen te overtuigen.

  • de overurenA2

    horas extras

    Deze week heb ik veel overuren gemaakt.

  • het overzichtA2

    resumen general

    Hier is een overzicht van de kosten.