Vocabulario
4 palabras · página 1 de 1
nadenkenA2separableirregular
dacht na · dachten na · hebben nagedacht
reflexionar
Ik moet er nog even over nadenken.
nakijkenA2separableirregular
keek na · keken na · hebben nagekeken
corregir
De docent moet vanavond nog veertig toetsen nakijken.
nemenA1irregular
nam · namen · hebben genomen
tomar
Ik neem de trein van acht uur.
noemenA2
noemde · hebben genoemd
llamar, nombrar
Hoe noem je dit ding in het Nederlands?

