Vocabulario
7 palabras · página 1 de 1
meeA1
con (nosotros), también
Ga je vanavond mee naar de bioscoop?
meestalA2
normalmente
Ik ga meestal met de fiets.
meteenA1
enseguida
Ik kom er meteen aan.
minderA1
menos
Ik werk nu minder uren.
minstensA2
como mínimo
Je moet minstens een uur voor vertrek op het vliegveld zijn.
misschienA1
quizás
Misschien kom ik later.
morgenA1
mañana
Morgen begin ik vroeg.

