Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

8 palabras · página 1 de 1

  • lachenA1irregular

    lachte · lachten · hebben gelachen

    reír

    We hebben veel gelachen.

  • langskomenA2separableirregular

    kwam langs · kwamen langs · zijn langsgekomen

    pasarse por

    Kom je vanavond even langs?

  • latenA1irregular

    liet · lieten · hebben gelaten

    dejar; mandar hacer

    Ik laat mijn fiets repareren.

  • lezenA1irregular

    las · lazen · hebben gelezen

    leer

    Lees de tekst nog een keer.

  • liegenA2irregular

    loog · logen · hebben gelogen

    mentir

    Hij zei dat hij ziek was, maar hij loog.

  • liggenA1irregular

    lag · lagen · hebben gelegen

    estar tumbado, hallarse

    Het boek ligt op tafel.

  • lijkenA1irregular

    leek · leken · hebben geleken

    parecer

    Het lijkt me een goed idee.

  • lopenA1irregular

    liep · liepen · hebben/zijn gelopen

    caminar

    Ik loop elke dag naar mijn werk.


    durar, ir (un periodo)

    De cursus loopt van september tot juni.