Vocabulario
10 palabras · página 1 de 1
laagA1
bajo
De prijs is nu laag.
de laag
capa
Er ligt een dikke laag sneeuw op straat.
laatA1
tarde
Sorry dat ik te laat ben.
laatsteA1
último
Dit is de laatste bus.
langA1
largo
Het duurt niet lang.
langzaamA1
lento
Kunt u wat langzamer praten?
leegA1
vacío
Mijn glas is leeg.
lekkerA1
rico, agradable
Deze soep is heel lekker.
lelijkA1
feo
Dat gebouw vind ik lelijk.
leukA1
agradable, divertido
Dat was een leuke avond.
het lichtA1
luz
Doe het licht even aan.
ligero; claro
Deze jas is heel licht, ideaal voor de zomer.

