Vocabulario
8 palabras · página 1 de 1
kapotA2
roto, estropeado
Mijn telefoon is kapot, het scherm doet niets meer.
klaarA1
listo
Het eten is klaar.
kleinA1
pequeño
Mijn kamer is klein maar gezellig.
kortA1
corto
Het was maar een korte pauze.
koudA1
frío
Het eten is koud geworden.
kritischA2
crítico
Lees de tekst kritisch.
kwaadA2
enojado
Hij werd kwaad om die opmerking.
kwijtA2
perdido (he perdido)
Ik ben mijn portemonnee kwijt, heb jij hem gezien?

