Vocabulario
4 palabras · página 1 de 1
jaloersA2
celoso, envidioso
Hij is een beetje jaloers op zijn broer.
jammerA2
qué pena, lástima
Wat jammer dat je niet naar het feest kunt komen.
jarigA1
que cumple años
Mijn zoon is vandaag jarig.
jongA1
joven
Zij is nog heel jong.

