Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

14 palabras · página 1 de 1

  • informerenB1

    informeerde · hebben geïnformeerd

    informar; informarse

    Wij informeren u zodra er nieuws is.

  • inhalenB1separable

    haalde in · hebben ingehaald

    adelantar

    Hier mag je niet inhalen.


    recuperar (lo perdido)

    Ze moet de gemiste lessen nog inhalen.

  • inleverenA2separable

    leverde in · hebben ingeleverd

    entregar (un trabajo)

    Je moet je huiswerk voor vrijdag inleveren.

  • inloggenA2separable

    logde in · hebben ingelogd

    iniciar sesión

    Log in met je e-mailadres.

  • inpakkenA2separable

    pakte in · hebben ingepakt

    empacar; envolver

    Morgen gaan we op vakantie, dus ik moet nog inpakken.

  • inrichtenA2separable

    richtte in · hebben ingericht

    amueblar

    We moeten de woonkamer nog inrichten.

  • zich inschrijvenB1separablereflexivoirregular

    schreef in · schreven in · hebben ingeschreven

    inscribirse

    Je kunt je online inschrijven voor de cursus.

  • instappenA2separable

    stapte in · zijn ingestapt

    subir (a un vehículo)

    U kunt achterin instappen.

  • instemmenB1separable

    stemde in · hebben ingestemd

    estar de acuerdo

    De meerderheid stemde met het voorstel in.

  • zich interesserenB1reflexivo

    interesseerde · hebben geïnteresseerd

    interesarse por

    Hij interesseert zich voor geschiedenis.

  • invullenA2separable

    vulde in · hebben ingevuld

    rellenar

    Vul het formulier volledig in.

  • inwerkenB1separable

    werkte in · hebben ingewerkt

    formar (a un nuevo empleado)

    Een collega werkt je de eerste week in.

  • inzamelenB1separable

    zamelde in · hebben ingezameld

    recoger, recaudar

    De gemeente komt op dinsdag het oud papier inzamelen.

  • zich inzettenB1separablereflexivo

    zette in · hebben ingezet

    esforzarse por, comprometerse con

    Zij zet zich in voor de buurt.