Vocabulario
36 palabras · página 1 de 2
het ideeA1
idea
Dat is een goed idee.
het identiteitsbewijsA2
documento de identidad
Neem een geldig identiteitsbewijs mee.
de identiteitscontroleB1
control de identidad
Bij binnenkomst is er een identiteitscontrole.
het ijsA1
hielo, helado
De kinderen willen een ijsje.
de inburgeringA2
integración cívica
De inburgering is verplicht voor veel nieuwkomers.
het inburgeringsexamenB1
examen de integración cívica
Zij is geslaagd voor het inburgeringsexamen.
de inburgeringsplichtA2
obligación de integración
Voor veel nieuwkomers geldt een inburgeringsplicht.
de incassoB1
domiciliación bancaria
De huur gaat via automatische incasso.
de INDA2
servicio de inmigración
De IND beslist over je verblijfsaanvraag.
de indrukB1
impresión
Hij maakte een goede indruk tijdens het gesprek.
de industrieA2
industria
De industrie verbruikt veel energie.
de informatieA1
información
Meer informatie vind je op de website.
het ingrediëntA2
ingrediente
Welke ingrediënten heb je nodig?
de inhoudB1
contenido
De inhoud van de brief was niet duidelijk.
het initiatiefB1
iniciativa
Zij neemt vaak zelf het initiatief.
de injectieB1
inyección
U krijgt een injectie in de arm.
het inkomenA2
ingresos
Zijn inkomen is dit jaar gestegen.
de inkomstenB1
ganancias, ingresos
De inkomsten uit verhuur zijn gedaald.
de inkomstenbelastingB1
impuesto sobre la renta
De inkomstenbelasting geef je jaarlijks aan.
de inkomstenbronB1
fuente de ingresos
Zijn enige inkomstenbron is zijn pensioen.
de inleidingB1
introducción
Begin je brief met een korte inleiding.
het inschrijfbewijsB1
justificante de empadronamiento
Bewaar je inschrijfbewijs van de gemeente.
het inschrijfgeldA2
cuota de inscripción
Het inschrijfgeld betaal je één keer.
de inschrijvingB1
inscripción, empadronamiento
Uw inschrijving bij de gemeente is verwerkt.
het insectB1
insecto
In de zomer zijn er veel insecten.

