Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

61 palabras · página 2 de 3

  • de injectieB1

    inyección

    U krijgt een injectie in de arm.

  • het inkomenA2

    ingresos

    Zijn inkomen is dit jaar gestegen.

  • de inkomstenB1

    ganancias, ingresos

    De inkomsten uit verhuur zijn gedaald.

  • de inkomstenbelastingB1

    impuesto sobre la renta

    De inkomstenbelasting geef je jaarlijks aan.

  • de inkomstenbronB1

    fuente de ingresos

    Zijn enige inkomstenbron is zijn pensioen.

  • de inleidingB1

    introducción

    Begin je brief met een korte inleiding.

  • inleverenA2separable

    leverde in · hebben ingeleverd

    entregar (un trabajo)

    Je moet je huiswerk voor vrijdag inleveren.

  • inloggenA2separable

    logde in · hebben ingelogd

    iniciar sesión

    Log in met je e-mailadres.

  • inmiddelsB1

    ya, mientras tanto

    Hij woont inmiddels al tien jaar in Nederland.

  • inpakkenA2separable

    pakte in · hebben ingepakt

    empacar; envolver

    Morgen gaan we op vakantie, dus ik moet nog inpakken.

  • inrichtenA2separable

    richtte in · hebben ingericht

    amueblar

    We moeten de woonkamer nog inrichten.

  • het inschrijfbewijsB1

    justificante de empadronamiento

    Bewaar je inschrijfbewijs van de gemeente.

  • het inschrijfgeldA2

    cuota de inscripción

    Het inschrijfgeld betaal je één keer.

  • zich inschrijvenB1separablereflexivoirregular

    schreef in · schreven in · hebben ingeschreven

    inscribirse

    Je kunt je online inschrijven voor de cursus.

  • de inschrijvingB1

    inscripción, empadronamiento

    Uw inschrijving bij de gemeente is verwerkt.

  • het insectB1

    insecto

    In de zomer zijn er veel insecten.

  • de inspraakB1

    participación, voz

    Bewoners kregen inspraak in het ontwerp.

  • de inspraakavondB1

    sesión vecinal de consulta

    Er komt een inspraakavond over het bouwplan.

  • de instantieB1

    organismo

    Neem contact op met de juiste instantie.

  • instappenA2separable

    stapte in · zijn ingestapt

    subir (a un vehículo)

    U kunt achterin instappen.

  • instemmenB1separable

    stemde in · hebben ingestemd

    estar de acuerdo

    De meerderheid stemde met het voorstel in.

  • de instructieB1

    instrucción

    Lees de instructie voordat je de machine gebruikt.

  • de integratiecursusB1

    curso de integración

    Hij volgt een integratiecursus bij de gemeente.

  • interessantA2

    interesante

    Ik vond de les over de geschiedenis van Nederland interessant.

  • de interesseB1

    interés (afición)

    Zij heeft veel interesse in geschiedenis.