Vocabulario
82 palabras · página 4 de 4
hurenA2
huurde · hebben gehuurd
alquilar
Wij huren een appartement van een woningcorporatie.
de huurA2
alquiler
De huur moet voor de eerste van de maand betaald worden.
het huurcontractA2
contrato de alquiler
Lees het huurcontract goed door.
de huurderA2
inquilino
De huurder moet kleine reparaties zelf doen.
de huurtoeslagA2
ayuda al alquiler
Ik ontvang huurtoeslag van de Belastingdienst.
de huurverhogingA2
subida del alquiler
De huurverhoging gaat in juli in.
het huwelijkA1
matrimonio, boda
Hun huwelijk was in juni.

