Vocabulario
11 palabras · página 1 de 1
geborenA1
nacido
Ik ben in 1990 in Syrië geboren.
geelA1
amarillo
De bloemen in de tuin zijn geel.
gelijkA1
razón; igual
Je hebt gelijk.
gelukkigA1
feliz; afortunadamente
Ze is gelukkig in haar nieuwe baan.
getrouwdA1
casado
Zij is al tien jaar getrouwd.
gewoonA1
normal, corriente; simplemente
Het was een gewone dag op kantoor.
goedA1
bueno
Het gaat goed met mij.
gratisA1
gratis
De eerste les is gratis.
grijsA1
gris
De lucht is vandaag grijs.
groenA1
verde
Het licht is groen, je mag gaan.
grootA1
grande
Zij wonen in een groot huis.

