Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

289 palabras · página 9 de 12

  • het gezondheidsbeleidB2

    política sanitaria

    Het gezondheidsbeleid richt zich meer op preventie.

  • de gezondheidsbevorderingB2

    promoción de la salud

    Gezondheidsbevordering begint op school.

  • het gezondheidscentrumB1

    centro de salud

    In het gezondheidscentrum zitten meerdere huisartsen.

  • de gezondheidscheckB1

    chequeo médico

    Mijn werkgever betaalt een jaarlijkse gezondheidscheck.

  • het gezondheidseffectB2

    efecto sobre la salud

    Het gezondheidseffect van luchtvervuiling is aangetoond.

  • de gezondheidsklachtB1

    problema de salud

    Meld gezondheidsklachten altijd bij je huisarts.

  • de gezondheidsmonitorB2

    monitor de salud

    De gezondheidsmonitor verschijnt elke vier jaar.

  • het gezondheidsonderzoekB2

    investigación sanitaria

    Uit gezondheidsonderzoek blijkt een verband met leefstijl.

  • het gezondheidsprogrammaB2

    programa de salud

    Het gezondheidsprogramma richt zich op bewegen.

  • het gezondheidsrechtB2

    derecho sanitario

    Het gezondheidsrecht regelt de rechten van patiënten.

  • het gezondheidsrisicoB2

    riesgo para la salud

    Roken vormt een groot gezondheidsrisico.

  • de gezondheidstoestandA2

    estado de salud

    Zijn gezondheidstoestand is stabiel.

  • de gezondheidsvoorlichtingB1

    educación para la salud

    Scholen geven gezondheidsvoorlichting.

  • de gezondheidswinstB2

    beneficio para la salud

    Stoppen met roken levert de meeste gezondheidswinst op.

  • de gezondheidszorgB2

    sanidad

    De gezondheidszorg is in Nederland grotendeels verzekerd.

  • de gieterB2

    regadera

    De gieter staat bij de kraan.

  • het gipsA2

    escayola

    Zijn arm zit zes weken in het gips.

  • gisteravondA2

    anoche

    Gisteravond hebben we lekker gegeten bij vrienden.

  • gisterenA1

    ayer

    Gisteren was ik ziek.

  • gladB2

    liso, resbaladizo

    De vloer is glad na het dweilen.

  • glanzendB2

    brillante

    Het papier is glanzend.

  • het glasA1

    vaso

    Mag ik een glas water?


    vidrio, cristal

    De deur van de keuken is van hout en glas.

  • de glasbakB2

    contenedor de vidrio

    De glasbak staat om de hoek.

  • de glasvezelB2

    fibra óptica

    Het dorp krijgt eindelijk glasvezel.

  • de gletsjerB2

    glaciar

    De gletsjers smelten in hoog tempo.